meteomoes logo up
Neerslag ontstaat wanneer de ontelbare, microscopisch kleine waterdruppeltjes of ijskristalletjes voldoende groot zijn geworden om naar de aarde te vallen.

Neerslag radarDe neerslag wordt opgenomen in onze metingen.

  1. Algemeen
  2. Regen
    • Over regen.
  3. Nevel en mist
    • Definitie.
    • Soorten mist.
  4. Meten
    • Hoe en hoe nauwkurig meet het station.
    • Meetresultaten vergelijken tussen meetstation en Hellmann.
  5. Evapotranspiratie (ET)
    • Berekening.
  6. De website
    • Welke info vinden we op de website.

1. Algemeen

Twee processen zijn verantwoordelijk voor neerslag en kunnen zowel afzondelijk als gezamenlijk plaatsvinden.

Coalescentie:

Het eerste proces, samensmelting (of coalescentie) geheten, vindt vooral plaats in zeer vochtige Cumuluswolken bij temperaturen boven 0° Celsius. De druppeltjes waterdamp zijn gewoonlijk zo klein dat ze in stijgende luchtstromingen blijven zweven, ondanks de zwaartekracht. Als deze druppeltjes echter als gevolg van turbulenties tegen elkaar botsen, kunnen ze samensmelten tot grotere druppeltjes, die uiteindelijk voldoende zwaar zullen zijn om uit de wolk te vallen. Tijdens hun val botsen ze tegen andere druppeltjes en zo blijven ze groeien totdat ze als regendruppels het aardoppervlak bereiken.

IJskristalproces:

Voor het tweede proces moeten zich in de wolk ijskristalletjes bevinden. Dit proces wordt het Bergeron-Findeisenproces genoemd naar de Zweedse en Duitse meteorologen die het in de jaren dertig bestudeerden. Het vindt vooral plaats in dikke wolken op gematigde of hoge breedten, waar onderkoelde waterdruppeltjes (onder 0° Celsius maar niet bevroren) en ijskristalletjes naast elkaar bestaan. Deze laatste hebben elk een verschillend verzadigingspunt. Wanneer ze dus in een wolk naast elkaar bestaan, zullen er watermoleculen van de druppeltjes naar de kristallen bewegen. Onder deze omstandigheden zullen de druppeltjes slinken en de kristalletjes groeien, totdat deze laatste zo zwaar zijn dat ze beginnen te vallen. Tijdens hun val blijven ze als gevolg van het coalescentieproces groeien en smelten ze of blijven ze bevroren, afhankelijk van de temperatuur van de lucht. 

Neerslag kan een gelijkmatig of buiig karakter vertonen, buien worden gekenmerkt door hun plots begin of einde en felle intentiteitsveranderingen.

Neerslag wordt gemeten in millimeter. Eén millimeter neerslag komt overeen met 1 liter water per vierkante meter. Men spreekt van neerslag wanneer de grond bereikt wordt.

Soorten neerslag:

Motregen = 0,1 mm/h neerslag (druppeltjes met een diameter van 0,1 tot 0,5 mm) - 2 tot 4 mm/24h (niet hoorbaar) - Een leren portefeuille vertoont kleine druppeltjes in motregen, uiteenspatten is regen.
Regen is druppeltjes met een diameter van meer dan 0,5 mm (tot ongeveer 6 mm) (meestal hoorbaar)
We spreken van zachte, aanhoudende regen die 1 tot 2 mm water per uur geeft, meestal afkomstig uit uitgestrekte Stratusbewolking of Altostratusbewolking
Een zwaar onweer geeft 30 tot 80 mm neerslag, terwijl de hoeveelheid soms boven 100 mm in 2 of 3 uur ligt voor zeer hevig onweer. (tropische stortregen = tot 1000 mm/h)
Aanvriezende regen: Motregen of regendruppeltjes die vallen op een bevroren oppervlak en na bevriezing ijzel vormen
Regenvlaag of -bui: Neerslag van waterdruppels met een duidelijk begin en einde
Hevige buien of stortbuien komen in alle seizoenen voor. Ze gaan meestal gepaard met (tijdelijk) hevige regenval en diverse randverschijnselen. Onweer, hagel en eventuele sneeuwval zijn tijdens deze hevige buien altijd mogelijk.
We spreken van een hevige bui wanneer de zichtbaarheid tijdelijk tot een minimum wordt beperkt waardoor we moeilijk ons dagelijkse werk kunnen verderzetten.
Sneeuw: Neerslag van witte ijskristallen (bij temperaturen van 0 graden tot -15°C) met de sneeuwdikte.
Korrelsneeuw: Witte, ondoorzichtige op sneeuw lijkende ijskorreltjes met een diameter kleiner dan 5 mm. Ze zijn broos en gemakkelijk samendrukbaar. Komt meestal voor in buien.
Motsneeuw: Kleine ijskorreltjes (< 1 mm) die vallen uit lage stratus wolken of mist.
IJsregen: Bevroren regendruppels die hard en glad zijn, maar niet broos. IJsregen ontstaat uit regendruppels die bevriezen tijdens hun val.
Korrelhagel: Min of meer doorzichtige ijsdeeltjes met een diameter kleiner dan 5 mm (ook kleine hagel genoemd). Komt meestal voor in buien.
Hagel: IJsdeeltjes gevormd in onweerswolken met een diameter van minstens 5 mm (tot 50 mm) met hagelvoorkomen, valt altijd in buien.
IJsnaalden, ijsplaatjes: Zeer kleine onvertakte ijskristallen in de vorm van staafjes of plaatjes. Deze vorm van neerslag kan zowel uit een wolk als ueldere hemel vallen.
Onweer: Optreden van bliksem en/of donder, al dan niet vergezeld van neerslag.

 


hogere pagina

2. Regen

Er zijn twee meteorologische variabelen: De regenhoeveelheid (H) (in mm = liter/m²) en de intensiteit (I) (in mm/s of niet standaard SI: mm/uur waarbij opnieuw mm = liter/m²). De meeste regenmeters bepalen eerst de hoeveelheid, waaruit vervolgens de intensiteit afgeleid wordt, in de praktijk uit het gemiddelde over een bepaalde tijd. Ook de neerslagduur waarin sprake is van neerslag & neerslagvoorkomen (ja/neen) zijn elementen die kunnen geregistreerd worden.

Het is belangrijk de intensiteit van de neerslag te kennen. 20 mm regen in 24 uur is minder erg dan 10 mm in 10 minuten.

Voor regenhoeveelheid kennen we enkele gemiddelden: Zo weten we dat gemiddeld om de twee jaar 8 mm neerslag valt in 10 minuten. Gemiddeld eens om de honderd jaar valt er in 10 minuten 19 mm. Gemiddeld eens om de 30 jaar valt er op één dag 62 mm of meer. 

Records: Tussen 31 maart 2007 en 7 mei 2007 heeft het geen druppel geregend te Ukkel. Of 36 dagen zonder regen, een record. (vorig record dateerd van 1887 met 35 opeenvolgende dagen)

Gemiddelde neerslag te Ukkel (bron KMI): 850 mm per jaar (l/m²), een afwijking van 125 mm naar boven of onder is normaal.

De veranderlijkheid van de maandelijkse hoeveelheid neerslag situeert zich tussen 40% en 50%, naargelang de maand, wat betekent dat men zich 2 maal op 3 mag verwachten aan maandelijkse hoeveelheden neerslag begrepen tussen 50% en 150% van de normale waarde.

januari: 76,1 mm februari: 63,1 mm maart: 70,0 mm april: 53,1 mm mei: 66,5 mm juni: 71,8 mm
juli: 73,5 mm augustus: 79,3 mm september: 68,9 mm oktober: 74,5 mm november: 76,4 mm december: 81,0 mm

Gemiddelde neerslag

Gemiddelde aantal dagen neerslag te Ukkel (bron KMI minstens 1 mm): 200 dagen per jaar. een afwijking van 25 dagen naar boven of onder is normaal.

januari: 19 februari: 16 maart: 18 april: 17,0 mei: 16,2 juni: 15,0
juli: 14,3 augustus: 14,5 september: 15,7 oktober: 16,6 november: 18,8 december: 19,3

Gemiddelde relatieve vochtigheid te Ukkel (bron KMI):

januari: 87 % februari: 83 % maart: 79 % april: 76,6 % mei: 73,2 % juni: 74,1 %
juli: 74,3 % augustus: 75,5 % september: 80,9 % oktober: 84,6 % november: 88,2 % december: 88,8 %



hogere pagina

3. Nevel en mist

MistNevel en mis worden veroorzaakt door in de lucht zwevende zeer kleine waterdruppeltjes in min of meer grote hoeveelheid. Wanneer het zicht minder dan 50m spreekt men van zeer dichte mist, minder dan 200m van dichte mist. Bij 1 km spreekt men van mist en van nevel voor zicht tussen 1 & 2 km. We onderkennen 4 soorten mist:

  1. Verdampingsmist.
    Dit type van mist wordt gevormd door toevoeging van waterdamp aan de atmosfeer. Een voorbeeld is zeemist die ontstaat wanneer koude lucht over relatief warm zeewater stroomt of wanneer warme lucht in aanraking komt met een koude zee. Slootmist ontstaat op gelijkaardige wijze.
    Deze mist kan ontstaan door afkoeling rond zonsondergang of vaak pas tegen zonsopkomst.
  2. Mengingsmist.
    Dit is een soort van mist die ontstaat uit de menging van twee boven elkaar liggende luchtsoorten. Deze horizontale menging zal geen dichte mist veroorzaken omdat de hoeveelheid gecondenseerd water onvoldoende is.
  3. nevelAdvectieve mist.
    Advectieve mist ontstaat bij aanvoer van relatief warme lucht boven een kouder oppervlak. De warme lucht wordt afgekoeld door het oppervlak. Als de warme lucht veel vocht bevat, wordt de lucht verzadigd en condenseert dan tot mist. In de winter komt deze mistsoort vaak voor, wanneer er door een westenwind vochtige warme lucht van zee wordt aangevoerd die over het koude land trekt.
  4. Stralingsmist.
    Stralingsmist is mist die zich vormt boven het aardoppervlak door uitstraling bij helder weer, waarbij na zonsondergang het aardoppervlak afkoelt. De mist vormt zich dan als er ook nog weinig tot geen wind is om de koude luchtlaag boven de grond te mengen met hogere, warmere lagen en de lucht zoveel waterdamp bevat dat het dauwpunt wordt overschreden.
In de praktijk is mistvorming dikwijls een combinatie van vorige beschrijvingen. Het is ook lastig te voorspellen hoe snel mist opgelost zal worden.
Ook smog is een potentieel gevolg van mist: doordat de mist heel laag hangt, kunnen schadelijke gassen van auto's, fabrieken en dergelijke niet stijgen en blijven dus laag hangen.

hogere pagina

4. Meten 

De eenheden:

- neerslaghoeveelheid: mm (= liter/m²)
- neerslagduur: uur
- neerslagintensiteit: mm/s (niet standaard SI: mm/uur)
- neerslagvoorkomen: dimensieloos: 1 (ja) / 0 (nee)
- sneeuwdikte: m of cm
- sneeuwdek: dimensieloos: code (volgens klassen, dit is in feite ook een hoogte/dikte)
- hagelvoorkomen: dimensieloos: 1 (ja) / 0 (nee)

Variabelen:

De volgende variabelen worden onderscheiden:

  1. neerslaghoeveelheid: Met de neerslaghoeveelheid wordt bedoeld het volume water dat de aarde gedurende de waarnemingsperiode (uur, dag, enz.) in vaste en/of vloeibare vorm bereikt per oppervlakte eenheid van 1 m².
  2. neerslagduur: De neerslagduur betreft de gesommeerde tijd (eventueel onderbroken) gedurende de waarnemingsperiode (uur, dag, enz.), waarin sprake is van neerslag (= water dat de aarde in vaste en/of vloeibare vorm dat bereikt).
  3. neerslagintensiteit: De neerslagintensiteit is de hoeveelheid neerslag [d.i. het vloeistofvolume uitgedrukt in m3 c.q. liter (=0,001 m3)] per m2 per s.
    Tevens: de hoeveelheid neerslag (als laagdikte vloeistof in m c.q. mm) per s.
    Meteorologische standaardeenheid: mm/s
  4. neerslagvoorkomen: Het neerslagvoorkomen is per specifieke periode de indicatie “ja” c.q. “nee” of er op enig moment gedurende de betreffende periode sprake was van neerslag.
    Indien:
    ja : waarde = 1
    nee: waarde = 0
  5. sneeuwdikte: De sneeuwdikte is de verticale dikte van de (totale)sneeuwlaag op de meetlocatie op het moment van waarneming.
  6. sneeuwdek: Typering van de aanwezige sneeuw in de directe omgeving van de meetlocatie.
  7. hagelvoorkomen: Het hagelvoorkomen is per etmaal (08 -08 utc) de indicatie “ja” c.q. “nee” of er op enig moment gedurende de afgelopen 24 uur sprake was van hagel.

Methode van ons station:

  • Weerstation Davis: Twee kantelende bakjes vangen de neerslag op, de oppervlakte van de verzamelbak is 33,2 inch² (214 cm²). De regencollector heeft metrische fabriekscallibratie, het meetmechanisme geeft een impuls voor elke 0,2 mm neerslag. De meting start vanaf twee kliks. De regenmeter is horizontaal opgesteld op een hoogte van 2 m. De meting gebeurd elke 12 sec, de regenintensiteit wordt herberekend na elke kanteling, wanneer de tijd tussen kantelingen daalt of de kanteling stopt daalt de indicatie van de intensiteit langzaam (gedurende 15 minuten, een regenbui is een nieuwe regenbui wanneer tussen twee buien minstens 15 min verloopt).
  • Hellmann regencollector: De regenmeter is horizontaal opgesteld op een hoogte van 1 m, de oppervlakte van de verzamelbak is 10 cm².

  • Engelse opstelling regenmeterSpecificaties:

    Type sensor: kantelbakjes met magneetcontact.
    Sampel en display interval: max 16sec (WMO 12sec)
    Dagelijks regenval: 0 - 999mm
    resolutie: 0,2mm (WMO 0.1mm)
    Nauwkeurigheid: 4% (WMO 0.2mm)
    Opstelling: 150cm boven het maaiveld (WMO 40cm zie afb: Engelse opstelling regenmeter)

    Fouten:

    Om de regenintensiteit over korte periodes te kunnen bepalen hebben we een hoge resolutie nodig, de aanwijzing moet veranderen bij toevoeging van een heel kleine hoeveelheid regen. Water vormt echter druppels op de wand van de trechter, dit beperkt de resolutie. Ook de resterende druppels in de kantelbakjes beïnvloeden de meting en deze druppels zijn afhankelijk van de vervuiling van de bakjes. De tweede beperking is de elektronische uitlezing die in stappen gebeurd. Een belangrijke fout kan ook optreden door vervuiling (veel minder het geval bij het type regenmeter dat met een vlotter de vloeistofhoogte meet).

    Een tweede soort fouten is afhankelijk van de intensiteit, de doorloop van het water, spatten, verdampen, druppelen tijdens het kantelen van de bakjes, (bijvullen tijdens het kantelen).

    Hoeveelheidmeting, hier treden fouten op bij verschillende intensiteiten neerslag.

    Een belangrijke conclusie is dat de regenmeter zo constant mogelijk een zekere mate van vervuiling moet/mag hebben, om constante resultaten te bekomen dienen de kantelbakjes en trechter regelmatig gereinigd te worden en steeds op dezelfde manier.

    MeteoMoes 2 is van het type B, het staat dus niet helemaal vrij (verwarmd). In de richting N-NW staat op 2,5 m afstand een gebouw van 5 m hoog, dit geeft beschutting bij wind uit die richting. MeteoMoes 1 staat vrij (niet verwarmd, metingen vanaf 1 september 2012).

    De resultaten van ons weerstation moeten heel regelmatig vergeleken worden met de Hellmann regenmeter. Eerst op dezelfde locatie vervolgens op een open locatie, de eventuele compensatie kan hieruit afgeleid worden.

    Meetresultaten vergelijken tussen weertstation en Hellmann
    Datum - periode Davis Hellmann Beschrijving omstandigheden
    21-07-2011 5,0 5,0 De regen viel 'sappig' met weinig wind over een periode van 5u
    21-07-2011 20,0 20,0 Een tweede bui waaronder een moment van stortregen
    06-08-2011 2,4 2,3 Druilige regen, weinig wind
    09-08-2011 19,6 18,7 Paar fixe buien en vrij veel wind
    13&14-08-2011 28,4 28,4 Alle types neerslag en bijna niet te geloven maar identieke uitlezing met de twee systemen.
    23-08-2011 19,8 20 Met een stevige bui om 8u (5,8 l/m² in 10 min bij 1 Bft)
    4-09-2011 13 12,9 Bui over drie dagen
    8-10-2011 36 36,5 Bui over twee dagen
    18&19-12-2011 12,6 15 Bui met sneeuw
    29-12-2011 7,8 7,3 Bui
    06-01-2012 29,8 30,8 totale neerslag 2012 - Hellmann leeggemaakt
    11-01-2012 35,2 38 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    15-01-2012 40,2 43 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    20-01-2012 55,2 59,8 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    31-01-2012 71,8 74,4 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    13-02-2012 74,4 77,2 totale neerslag februari - Hellmann leeggemaakt
    22-02-2012 94 98,4 totale neerslag februari - Hellmann leeggemaakt
    22-02-2012 - - Evaluatie - ijken Davis. Er kan besloten worden dat de Davis regenmeter gemiddeld 4,5% te weinig meet. We stellen de twee afstelschroefjes bij.

    regencollector Davis afregelenWe stellen de afselboutjes opnieuw in als volgt:

    Onder elk verzamelbakje vindt men een afstelboutje (sleutel 5mm). Draaien in de + richting geeft meer kantelingen of een hoger resultaat. We draaien dus zowel de linkse als de rechtse tot +2.

    we starten onze metingen opnieuw: op 17/07/2012 stelden we vast dat er verschillende waarden zijn voor het jaartotaal, WSwin geeft 444,8 en Weatherlink in het NOAA raport 447,6 - we zijn gaan lezen en merken dan op de console zelf het jaartotaal afleesbaar is, daar is de waarde 445,8 - we zullen vanaf nu deze uitlezing als correct beschouwen en opnemen in onze tabel.

    Meetresultaten vergelijken tussen weertstation en Hellmann
    Datum - periode Davis Hellmann Beschrijving omstandigheden
    23-02-2012 94 94 We starten met gelijke waarden
    07-03-2012 104 104,6 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    08-03-2012 115,0 115,3 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    15-04-2012 163,4 161,3 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    23-04-2012 180,8 178,3 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    30-04-2012 204,4 202,0 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    03-05-2012 225,2 224,8 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    03-05-2012 234,6 233,6 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    23-05-2012 245,6 243,6 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    12-06-2012 334,4 343,0 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    21-06-2012 355,4 367,0 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    24-06-2012 362,0 375,0 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    10-07-2012 399,4 399,0 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt
    17-07-2012 445,8 446,5 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt (afgelezen op console)
    21-07-2012 468,4 470,0 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt (afgelezen op console)
    1-08-2012 470,4 471,5 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt (afgelezen op console)
    26-08-2012 487,2 487,5 totale neerslag - Hellmann leeggemaakt (afgelezen op console)
    xx-xx-2012 - - Evaluatie - ijken Davis.

    Hoe meet ik sneeuw? Belangrijk is dat je een zo vlak mogelijk stuk grond uitzoekt waar je jet sneeuwdek gaat meten. Het dient een stuk grond te zijn wat vrij ligt van gebouwen en begroeiing,zodat deze geen invloed hebben op het sneeuwdek. Voorkom het meten van een opgewaaide hoop sneeuw (sneeuwduin) ; kies dus een vlak sneeuwdek uit. Doe een aantal metingen op verschillende plaasten en neem hiervan het gemiddelde.Dat samen geeft een juist beeld van de sneeuwhoogte. (Bron: KNMI)


    hogere pagina

    5. Evapotranspiratie

    Of gewasverdamping, zie de woordenlijst voor verklaring.

    Op de pagina neerslag.php vindt men gegevens zowel over de neerslag als over de evapotranspiratie.

    Een kaart met de actuele evapotranspiratie in Vlaanderen.

     

    (opmaak VMM.)


    hogere pagina

    6. De website

    Op de website wordt de neerslag grafisch weergegeven door twee trechters. Dit maakt een logaritmische schaalindeling mogelijk wat een duidelijker zicht geeft vanaf de eerste neerslag. Bij 20 liter wordt de trechter 'geleegd' en er komt een indicatie +20l of +40l. Meer dan 40 l/dag is eerder uitzonderlijk, voor een bui (periode met neerslag zonder onderbreking van meer dan 24u) wisselen we tot 100 liter. De trechters staan op de voorgrond en zijn doorschijnend, de hoeveelheid neerslag staat op de achtergrond en de blauwe balk wordt om de tien minuten aangemaakt via een cronjob op de server. Bovendien komt er een rollover venster bovenop elke trechter met meer statistiche informatie, ook aangemaakt in de cronjob.

    Verder is er een afbeelding van de buienradar en een spaciale pagina neerslag.php (bereikbaar via het menu) met complete informatie.