Beschrijving: Oud straattracé vanaf de Kleinbroekstraat aan de rand van het bebouwde dorpscentrum van Moerzeke, loopt parallel aan de Schelde tot de Broekstraat bij het gehucht Driegoten en is de langste straat van het dorp.
Benaming verwijzend naar de Boo(n)dijk, één van de eerste dijken die hier bij de indijkingswerken van de Schelde midden 13de eeuw werd aangelegd waardoor het heerlijke rechtsgebied (Boon) van Moerzeke werd uitgebreid. De dijk zou tevens van belang geweest zijn in het kader van de toenmalige verdediging van dit Scheldegebied waarvoor de lokale jurisdictie hier een militaire wachtpost of versterking zou hebben gehad. Afgezien van het kasteeltje “De Boonpot” en het verdwenen “Tolhuis” gebouwd in 1589 waren aan de Bootdijk voorheen nog oude pachthoeven en lusthoven gelegen.

VAN DE MAELE C., Uit de Geschiedenis van Moerzeke, (Eigen Schoon en De Brabander, XII, 1929-1930, p. 264-267).

Geschiedenis: Van een buurman kregen we een boekje om in te scannen. Een uitgave van het Feestkomiteit voor de jubelviering der Gouden bruiloftfeest van Joannes Martinus LELIE en Julina DEBONTE van maandag 21 juni 1948. Klik om de geschiedenis van de Bootdijk te lezen volgens Leopold De Collage

Highslide JS
De Bootdijkstraat te Moerzeke.
Verder lezen we over de Bootdijk, hier genoemd 'den Buutdijk':

Dat voor de fusie de Kleinbroekstraat 'Bokmolenstraat' noemde.

Aan het einde van de Kleinbroekstraat (huisnummer 30) kan men rechts de 'trage weg' - een wandelweg - volgen richting Kastel men loopt dan over de Gaendijk (Goudijk) die in de dertiende eeuw aangelegd werd en op 24 oktober 2010 terug is opengesteld. Langs de Gaendijk kan men via de Bellemansdijk de Koning Albertdijk bereiken en zo het Moesse Broek en de Gespoelde put.

1589: Het tolhuis aan de Bootdijkstraat wordt gebouwd, stenen vloeren waren het bewijs dat er vroeger burelen waren om tol te innen. Langs een gleuf kon men een slagboom neerlaten.

Wie een huis aan de linker zijde bouwt zal heel wat minder fundering nodig hebben dan wie rechts wil bouwen, de rechter kant is door de vele overstromingen onstabiel tot soms 4m diep, een metser vertelde dat hij tot die diepte moest graven voor vaste grond en er volledig intacte boomstammen uit haalde.

Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat
tussen nr. 33 en 35

Ongevalkruis

Ongevalkruis.

Ongevalkruis scheef ingeplant links aan de straatkant met een groot deel van de schacht van het kruis ondergronds.

Sober massief hardstenen wegkruis op de voorzijde met volgende inscriptie:

"IN'T/ JAER/ 1786/ DEN 6/ JANRY/ IS HIER VERONGELUKT MARTINUS VAN/ BOGAERT JONGMAN FS. LU/ DOVICI OUD 21 JAEREN BID/ VOOR/ DE/ ZIELE".

Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat 35

Highslide JS
Hof ter Wielen of 't Hoefwiel gelegen achter een kreek of wiel.
Poort naar 'een wiel':

Bij een dijkbreuk stroomt het water met veel kracht door de opening en graaft een put Zo ontstaan kreken, bij ons noemt men dat een wiel. Meer info op de pagina Wielen.

Moerzeke en Kastel zijn tientallen wielen rijk. Deze langs de Bootdijk dateren van voor de 16de eeuw, we zijn nog op zoek naar precieze informatie, wie ons kan helpen kan contact opnemen.

De poort geeft ook toegang tot het Hof ter Wielen of 't Hoefwiel.

We hebben een mooi gedicht gelezen op de Blog van Den Do waar het hof ter sprake komt, het is wel niet geschikt voor bangeriken want het gaat over Kludde met zijn keet.

Uit het boekje over Gijvenkermis plukten we nog volgende tekst:

De Hoefwiel
Stond destijds in het Grootbroek, en dagtekende van oude dagtekening en was bovendien vermaard gezien zijn roemrijken oorsprong.
Een der bewoners was een Van Steenlandt die in 1581 bij de belegering der stad Dendermonde door de Spanjaarden, te Dendermonde verbleef. Bij de godsdienstoorlogen is de hoeve totaal verdwenen.
De tegenwoordige hoeve werd gebouwd van de puinen der Hoefwiel.

Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat
(tussen nr. 41 en 43)

H. Barbarakapel

"H. Barbarakapel"

Volgens het kadasterarchief gebouwd in 1879 door de weduwe en kinderen Paulus Benedict Van Bogaert. Bakstenen wegkapel op rechthoekig grondplan met driezijdige sluiting, onder een zadeldak met op de nok een ijzeren kruis. Beraapte en witgeschilderde gevels op gepikte plint. Voorpuntgevel geopend door een brede rondboog die toegang verleent tot het portaal; voorafgegaan door twee treden en geflankeerd door pilasters met een eenvoudig kapiteel. Op de geveltop is een banderol geschilderd met het opschrift "H. Barbara". Rondbogige kapeldeur in de achterwand van het portaal: blauw geschilderde vleugeldeur met ruitvormig getraceerde deurlichten en een waaiervormig bovenlicht. Boven de deur staat in een geschilderde banderol de tekst: “Heilige Barbara machtige beschermster/ in het uur der dood bid voor ons”. Beide zijgevels bevatten een rondboogvormig venstertje. Interieur. Nieuwe tegelvloer. Gemetst altaar in de segmentboogvormige kapelsluiting voorzien van polychroom plaasteren beeld van H. Barbara op getrapte beeldconsole, en andere beelden waaronder een H. Hartbeeld.

juli 2012: De kapel bezocht en gefotografeerd, ze is in vervallen toestand en helemaal leeg...

Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat 68

Het Toreken

 

Klik voor de beschrijving uit het boekje 'Gijvenkermis'
"De onderdelen van het Toreken dagtekenen van de jaren 1400 terwijl het kasteeltje dagtekent vanaf 1500. Bewoners waren: De familie Wilson, (Brugge) Spaanse edelellieden als Riaman. Voorheen was het het verblijf van de schepen der stad Antwerpen, Mijnheer Happart die begraven ligt in de St-Joriskerk. Zijn handtekening komt voor op een charter van 1512 ten tijde van Jan Melaert baljuw van Moerzeke. Het blijkt geen twijfel of hij zal een der eerste bewoners geweest zijn van het Toreken. Verder treffen wij als bewoners aan, Sanderus, broeder van den vermaarden geschiedschrijver Sanderus, welke eveneens op het kasteeltje vertoefd heeft. Hierna werd het toreken verkocht aan Baron v. Heil. Naar dezes gezegde zou de tegenwoordige poort afkomstig zijn van de toenmalige valpoort van de Burcht.
De hoogte van den dijk is waar te nemen aan de hoeksteen van de ingangspoort.
Bij de gifte of BOON van de Graaf van Vlaanderen aan den Heer van Moerzeke, zijnde indijkingen van enige broeken werd het Toreken dan ook wel een Boonpot geheten. De sporen van de Burcht zijn nog waar te nemen. Bij gravingen heeft men sleutels gevonden welke de dikte hadden van een arm, verder werden er muurschilderingen aangetroffen van godsdienstigen aard die doen vermoeden dat er godsdienstplechtigheden op het toreken hebben plaats gehad.
Veel kans dat het in zich ene kapel had, trouwens voorwerpen welke nog bestaan doen vermoeden den vorm te hebben van doopvonten.
Verder treffen wij als bewoners aan, de familie Van Bogaerd en familie Lemmens, welke nog het huis bewonen. nl. Mr. Gilbert Lemmens. Burgemeester der gemeente Moerzeke.
Veel historische betekenis heeft het dan ook niet, maar verduikt wel is waar veel plaatselijke geschiedkundige kronijken.
De Toren was het symbool der edellieden, dit, gezien zij het voorrecht hadden duiven te houden. (Duiventoren)
De duiven die er verbleven bij het uitbreken van den wereldoorlog 1914-18, allen door de Duitschers gedood, vertegenwoqrdigden een ras van circa 300 jaar.
De Kelder van "Het Toreken", heeft spijts de gedurige overstromingen, eigen aan de streek, altijd weerstaan aan het koortsige water, nooit heeft men er water in ontwaart."
"Het Toreken".
Voorheen kasteel "De Boonpot". Het torentje aangebouwd bij de woning is beschermd als monument (1955).
Voorheen complex van gebouwen gelegen op een omgrachte site binnen een bocht van de Bootdijk nabij de Schelde, thans omheind met muur aan de straatkant en ten zuiden restant van walgracht, poorttoegang ten westen. De oude bijgebouwen zijn verdwenen. De naam Boonpot zou verwijzen naar de zetel of het Fries pota = hoofd van een ban of boon van het heerlijke rechtsgebied Moerzeke aan de Schelde.
De omgrachte adellijke verblijfplaats en "Hof van Plaisance" genaamd "De Boonpot" zou volgens de litteratuur al bestaan hebben in de 15de eeuw. De eerste gekende bewoner is Jan Happaert († 1586), schepen en opperkerkmeester van Antwerpen, door keizer Karel in 1545 tot ridder geslagen. Op de figuratieve kaart van Moerzeke van 1571 getekend door P. de Buck en F. Horenbault is het goed weergegeven als een kasteeltje met toren op een omgracht domein met toegangspoort en de naam van de eigenaar Joos Sanders (was getrouwd met de dochter van Jan Happaert). Deze Sanders stond bekend als een uitmuntende wolvenjager, toen deze de streek onveilig maakten.
In de 17de eeuw verwierf eerst Jan Verleijsen het Toreken (1654) en een jaar later kocht Paulus Alexander de Weynseone het goed. De verkoopakte van 1655 vermeldt het kasteeltje als "signoriale huysstede ende erfve mette wallen ende dyck daermedegaende … genaamt de Boonpot". Hij restaureerde en verfraaide het kasteeltje en richtte er een bidplaats in. Sporen van de huiskapel met muurschilderingen waren zeker tot midden 20ste eeuw nog zichtbaar in het huis. Na zijn derde huwelijk in 1675, met Caroline de Lalaing, liet hij in een wapenschild boven de poort van het domein hun gezamenlijk wapen aanbrengen. Caterine Weynseone, nicht van bovengenoemde vestigde zich er in 1712. zij was gehuwd met een Spaanse jonkheer, Don Juan de Roman Lixo, militair gouverneur van Diksmuide. Wellicht spreekt men daarom soms van het Spaans Toreken.
De heerlijke verblijfplaats "Boonpot" werd in 1736 aangekocht door Jacobus van Bogaert (deze familie woont sinds de jaren 1600 in Moerzeke, hij is ook een voorouder van de latere burgemeester Lemmens), die in de windvaan op het torentje zijn wapen liet aanbrengen. Volgens het landboek van Moerzeke van 1772-1782 was het hof "den boonpot" in 1773 bewoond en eigendom van de weduwe van Jacobus van Bogaert. De site is er cartografisch voorgesteld omgeven door zijn walgrachten, met toegangspoort en vier gebouwen opgesteld in een rechthoek. Op de Ferrariskaart (1771-1778) is de omgrachte site aangeduid als C(ampagne) Boonpot. Op 19de-eeuwse cartografische bronnen aangegeven als hoeve "Het Torentje".
Na Jacobus kwam zijn zoon Dominicus en diens zoon Paulus (Paul) van Bogaert.
In de 19de eeuw en tot de jaren 1930 was het goed in gebruik als hoeve.
In 1857 kreeg Paul van Bogaert (1800-1884) een vergunning tot het oprichten van een stijfselfabriek in de toenmalige hoevegebouwen.
Vervolgens hebben we de zoon van Paul; Benedictus, beter bekend als Benoei van den Toren († 1907), zijn dochter Mathilde huwde met Albert Lemmens, de vader van Gilbert.
Zo was de hoeve door huwelijkband in bezit gekomen van de familie Lemmens waaronder burgemeester Gilbert Lemmens (1914-1989). De oude bijgebouwen van de hoeve zijn intussen verdwenen en de woning werd deels herbouwd.
Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat 80. Het weerstation Meteomoes. Kleine bakstenen dorpswoning van één bouwlaag onder pannen zadeldak.

Bootdijkstraat 88

't Jachthuis
Café "'t Jachthuis".
Alleenstaande dorpswoning volgens kadasterarchief gebouwd in 1873 als eigendom van brouwer T. De Bock uit Sint-Amands. Lang rechthoekig huis van één bouwlaag onder pannen zadeldak. Verankerde baksteenbouw met in de voorgevel behouden oorspronkelijke muuropeningen met afgeronde bovenhoeken waaronder een weinig hogere poort tussen venstertraveeën met de renovatie vernieuwd houtwerk. Aflijnende geprofileerde daklijst. Linker zijgevel met dicht bij de straathoek een laag geplaatst halfrond loervenstertje, veel voorkomend bij oude cafés. Een gedicht centraal rondbogig zoldervenster. Metalen verzekeringsplaatje rechts boven onder de dakaanzet.
Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat 88
hoek Koning Albertdijk

H. Ritakapel

De kapel staat aan de toegang tot het recreatiegebied dat deel uit maakt van de Scheldevallei Moerzeke-Kastel

H. Ritakapel.

Volgt men de landbouwweg naast Café "'t Jachthuis" komt men na 100m aan een wegkapel in een omhaagd parkje, afgesloten door ijzeren hek, met onder andere gesnoeide haagaanplanting in de vorm van de letters Heilige Rita. De kapel werd gebouwd in 1946 onder impuls van Pol De Colage als dankbetuiging en om de wijk verder te beschermen tegen watersnood. De architect Leon Van Hove uit Hamme ontwierp het plan en Gustaaf Van Haute uit Moerzeke voerde de werken uit. De werken werden aangevat op 15 mei 1946 en op 23 juni 1946 werd de kapel ingewijd. Rechthoekige bakstenen kapel met smaller en lager rechthoekig koor, onder zadeldaken (leien). Links op het dak staat een hoog vierkant bakstenen klokkentorentje met een smeedijzeren kruis op het tentdak. Witgeschilderde kapel op grijs geschilderde plint, eveneens grijs geschilderde schuin oplopende hoeksteunberen; de achtergevel is bekleed met gewitte kunstleien. Voorpuntgevel bekroond met arduinen kruis en voorzien van een rondboogdeur in een bakstenen omlijsting met een arduinen sluitsteen, gedateerd 1946. In het glasraam van het bovenlicht staat het opschrift “H. Rita B.V.O”. Twee rondboogvensters in beide zijgevels, één in de achtergevel. Het interieur van de kapel is bepleisterd en beschilderd en wordt overdekt met een tongewelf. Bruine lambrisering met florale motieven. Bovenaan de wanden geschilderd fries met zigzagmotieven. De vier gekleurde glasramen in de zijgevels stellen voor H. Rita, H. Martinus te paard, H. Maria met Kind (gedateerd 1950), en H. Jozef. Boven de toegangsdeur hangt een kruisbeeld. Het grote beeld van de H. Rita bevindt zich in een brede rondboogvormige nis boven het altaar onder geschilderde banderol het opschrift “H. RITA”.

Uit het boekje over Gijvenkermis van 21 juni 1958 plukten we nog volgende tekst:

St-Ritakapel.
Dit nog pas gesticht heiligdom werd opgericht in 1946 door de zorgen van de inwoners van den Bootdijk en gesticht door Leopold De Collage, ingezetene van de wijk. De inhuldiging is een der feesten welke in de annalen van den wijk geboekt staat als een der grootste van den wijk. Spijts zijn jonge stichting is het reeds een druk bezocht bedevaartoord geworden.

Nieuws
hogere pagina

Bootdijkstraat 104

Highslide JS

Kleine bakstenen dorpswoning.

Kleine bakstenen dorpswoning.

Kleine bakstenen dorpswoning van één bouwlaag onder pannen zadeldak, volgens kadasterarchief gebouwd in 1916. Voorgevel van drie traveeën met knipvoegen en verder verlevendigd door gele en witte baksteen aangewend in horizontale banden, in de bogen van de muuropeningen en in de consoles onder de lekdrempels en de aflijnende kroonlijst.

 

Nieuws
hogere pagina

Turfnijverheid

 

Kleine bakstenen dorpswoning.

De natuur achter de Bootdijk

We vonden volgende tekst en willen die als achtergrondinformatie hier graag plaatsen:

Wanneer men spreekt over merkwaardigheden van de wijk Bootdijk, dan zou 't wraakroepend zijn, over de turfnijverheid te zwijgen.
De voorhistorische ligging van het geheel van Moerzeke met in 't bijzonder de Bootdijk is de bakermat geweest van de latere turfnijverheid der gemeente. Trouwens tal van turfputten op een paar uitzonderingen na zijn overblijfsels van de ontginning van de woelige brandstof dezer streek. Deze brandstof veroorzaakte weldra ene nijverheid welke zich nationaliseerde met andere graafschappen. Wat was alsdan de turf op zich zelf? De moer of veengrond is een proces van het verkolingsproces der planten. De afgestorven planten laten koolzuur en moerasgras vrij, het watergehalte neemt toe en het overblijvende produkt wordt rijker aan koolstof, en wel des te sterker naar gelang het proces langer duurt. Er is hoogveen en laagveen volgens de planten onder of boven water tot verrotting kwamen. Hoogveen komt soms tot onderscheidene meters diepte, meestal van 3 tot 5 meters, gewoonlijk hier had men turf op 20 a 30 centimeters. Uitzonderlijk was 10 meters.
Laagveen, daar slechts diepe plassen geheel begroeid geraken met waterplanten, heeft zelden meer dan 1 meter diepte, deze soort zal zich denkelijk rijk voorgedaan hebben. Reeds lang werd voorzeker deze stof op de hoeven gebruikt voor alleer er eigenlijke handel en productie in 't groot kwam. Nu nog is het immeraan op sommige streken onzer polders nog een actueel verschijnsel.
Rond het midden der 13e eeuw wanneer de bossen verminderden en men de indijkingen achter de rug had, steden zich uitbreidden, en zodoende meer behoefte was aan brandstof, was de turf voor de inwoners van den Bootdijk een persoonlijk belang dat weldra overkantelde naar handelsbelang. Wij zien dan ook in meerdere akten van eigendomsoverdracht sinds de 13de eeuw dat stukken land als moergrond van de woestenijen worden onderscheiden en hoger geacht.
De verpachting had hier gewoonlijk plaats, met lichtmis, per vierkante voet aan de prijs van 10 a 12 gulden per vierkante voet.
Het materiaal eigen aan de streek voor te ontginnen was de turfspade met langen steel en de smetroede.
De geldverhandelingen van pachten en uitbatingsonkosten werden gewoonlijk verricht ter herberge «In den Ouden Helm» welk nog bestaat. Met de Franse overheersing werd de turfnijverheid alhier totaal lam gelegd en leefde het hier nog een weinig voort tot in 1828 er verbod kwam vanwege de Hollandse regering, In 1851 heeft men de laatste turf zien boven halen en hiermede verdween een der typische nijverheden der gemeente, die eveneens haar folklore meebracht.
Dat 't een gevoelig verlies was voor onze wijk hoeft geen betoog.

zie: Gijvenkermis

Bron: Onroerend erfgoed (eigen foto's)